Afgelopen weekend heb ik (eindelijk) De Eeuw van mijn vader van Geert Mak uitgelezen. Misschien geen vakliteratuur, maar ik denk dat je het wel als zodanig (op delen) kan beschouwen.
Behalve dat er in hoofdstuk 1 al zeer interessant wordt beschreven hoe Nederland er, arbeidstechnisch, uit zag eind 19e, begin 20e eeuw, zitten er een aantal prachtige lessen in.
Eerst heel kort iets over die arbeidsmarkt eind 19e, begin 20e eeuw. Mak omschrijft het vanuit zijn eigen familiegeschiedenis (de zeilmakers in Schiedam), maar haalt daar elke keer algemene Nederlandse cijfers bij, wat een prachtig beeld geeft van die tijd. Persoonlijk en algemeen overkoepelend.
Eind 19e eeuw was ongeveer 50% van Nederland min of meer zelfstandig op de een of andere manier. Pas toen de industriële revolutie echt zijn vlucht nam in ons land en de overheid ook ineens besloot dat men een grote rol moest spelen en er een ‘maakbare maatschappij’ mogelijk was, nam die aantal sterk af tot ongeveer 20% rond 1920.























