De Tweede Kamer wil dat Ministeries maximaal 10 procent van hun totale personeelsbudget uitgeven aan externen. Een motie van die strekking werd vorige week aangenomen na het verantwoordingsdebat over de Rijksuitgaven.

Uitgaven aan externen is een geliefd onderwerp van debat. Zonder al te veel resultaat overigens. Al eerder riep de Kamer op de externe inhuur te beperken. Vorig jaar werd een maximum van 13% geformuleerd. Maar dat heeft het aantal externen niet echt doen dalen. De daadwerkelijk kosten zijn overigens lang niet altijd zichtbaar. Een deel van de kosten voor externen ‘verdwijnt’ in projectkosten.

Makkelijk scoren
Emiel Roemer van de SP, die de motie indiende, wil de norm het liefst uitbreiden naar provincies en gemeenten. In sommige gemeenten wordt immers fors meer extern ingehuurd dan bij Ministeries. “Externen: Snijden waar het vet zit’ kopte ‘Spanning’, het wetenschappelijk blad van de SP in maart. Roemer stelde in het debat dat het inhuren van externen pure luiheid is.

De politiek heeft tamelijk makkelijk scoren als om de inhuur van externen. De voorbeelden die worden aangehaald gaan vaak om het toplaagje interimmers (een norm daarvoor is prima idee). Terwijl het hierbij ook gaat om flexpersoneel op middlemanagement en uitvoerende functies. Ook wordt er zelden een goed inzicht gemaakt in de daadwerkelijke verschillen tussen kosten voor vast personeel (denk naast werkgeverslasten ook aan overhead, verzuim, ineffectiviteit) en extern.

Visie ontbreekt
Natuurlijk dienen ministeries dienen zorgvuldig met belastinggeld om te gaan. Ook als het gaat om de keuze tussen het al dan niet inhuren van een externen. Pogingen om die kosten te beheren hebben alleen vaak negatieve gevolgen. Aanbestedingsprocedures leiden tot bureaucratie en contracten met juist dure partijen en lagere kwaliteit interimmers. Het werken met een klein aantal perferred suppliers is vaak kostprijsverhogend als gevolg van doorleenconstructies. Bij uitvoeringsinstanties mogen voor het ‘vaste’ werk geen externen ingezet worden, maar voor projecten juist weer wel. Waardoor de leuke klussen aan het vaste personeel voorbij gaat.

Er is dus beste aanleiding met het werken met externen op de politieke agenda te zetten Toch is het stellen van een maximum percentage mijn inziens een verkeerde oplossing. Al was het maar dat een dergelijk maximum vaak ook een minimum wordt.
Het gaat uiteindelijk om iets heel anders. We willen een betrouwbare en zorgvuldige overheid. Die haar taak goed uitvoert. Dat kan je op verschillende manieren organiseren. In het bedrijfsleven neemt het percentage flex inhuur juist fors toe. Niet uit luiheid, maar met een visie. Een visie op ‘just in time’ personeel. Beschikbaar hebben van het juiste talent, op de juist tijd en juiste plaats. Met nadrukkelijk oog voor een goede prijs/kwaliteit verhouding. Daar is projectmatig en resultaatgericht werken voor nodig. Waar mogelijk ook nog eens plaatsonafhankelijk. Een manier van werken en organiseren die overheden vaak goed kunnen gebruiken.
Daarbij wil een groeiend deel van Nederlandse beroepsbevolking helemaal niet meer in dienst van een organisatie. Wanneer overheden deze groep gaan negeren, negeren ze ook een flink deel van het beschikbare talent dat er in Nederland rondloopt. Talent dat zich graag ook voor de publieke zaak wil inzetten. Talent met kennis uit andere sectoren. Een niet te versmade doelgroep op de arbeidsmarkt voor een snel vergrijzende overheid.
Denken over werk organiseren
Dit is geen pleidooi voor het per se meer werken met externen. Wel voor het formuleren van strategie, het stellen van prioriteiten (wat willen we laten organiseren door de overheid en wat niet) en een visie op hoe je taken en werk organiseert binnen de overheid. Dat vergt een genuanceerde kijk. Daar is in deze verkiezingtijd helaas weinig ruimte voor. De motie van Roemer werd dan ook met algemene stemmen aangenomen.

Over de Auteur

Hugo-Jan Ruts Hugo-Jan Ruts is zelfstandig interim-manager en adviseur. In zijn opdrachten werkt Hugo-Jan Ruts op het snijvlak van management, marketing en HRM. Hij doet dat vanuit verschillende rollen: interim(project)manager, co-manager, business-coach of adviseur. Zowel bij zijn voormalige vaste functies als bij zijn interim opdrachten is Hugo-Jan Ruts vooral actief bij HR-dienstverleners. O.a. W&S-, interim- en trainingsbureaus. naast het uitvoeren van interim-managementopdrachten adviseert hij in die sector over strategie, personal branding, internet en social media. (zie voor meer info: http://nl.linkedin.com/in/hugojanruts). Op 'RecTec' schrijft Hugo-Jan Ruts met name over recruitment van interim-managers en interim-professionals. Hij is verder initiatiefnemer van www.zipconomy.nl, het kennisplatform over de interimmarkt.


322 views | Reageer (0 reacties)

vandehaterd @ Twitter

Outdoor Recruitment

Wat voor personeel mik je op met zo'n poster op de deur?Wethouder van Verkeer & Vervoer Jeannette Baljeu doopt onderzeeboot RETOnderzeeboot RET rijdt door de straten - wereld haven dagen 1 - maximumMis de boot niet - onderzeeboot RET - maximumKapitein van deze lijn - onderzeeboot RET - wereld havendagen - maximum73764129Werving 1#or manpower ad. Crisis is over#or avans 2#or op anavs 1De ideale (bij)baanlandmacht_tram_08

Categoriën