sociale-netwerken-internetIn het eerste deel van de resultatensectie werd ingegaan op de relatie tussen de actieve deelname aan Twitter en LinkedIn en de affectieve betrokkenheid bij organisaties. De analyse wijst uit dat in het geval van Twitter deze relatie tweeledig is: enerzijds wordt de affectieve betrokkenheid negatief beïnvloed door het aantal mensen dat men volgt, terwijl het aan de andere kant positief wordt beïnvloed door het actief lezen van de posts van anderen. Vandaag zal in worden gegaan op de tweede hypothese uit dit onderzoek, namelijk:

Actieve deelname aan member-initiated virtual communities heeft een negatieve invloed op de continuïteitsbetrokkenheid van medewerkers bij organisaties

Daarnaast zullen de resultaten worden besproken van de explorerende onderzoeksvraag die werd opgenomen voor het derde component van betrokkenheid: In hoeverre heeft actieve deelname aan member-initiated virtual communities invloed op de normatieve betrokkenheid van medewerkers bij organisaties?

Net als affectieve betrokkenheid zijn normatieve en continuïteitsbetrokkenheid gemeten aan de hand van de door De Gilder et al. (1997) vertaalde vragen van het Three-Component Model of Commitment van Allen en Meyer (1990). Voor continuïteitsbetrokkenheid werden vijf vragen gesteld zoals “Ik heb het gevoel dat ik te weinig alternatieven heb om nu ontslag te nemen”. Ook normatieve betrokkenheid werd gemeten met een schaal van vijf vragen, waar “Ik vind dat iemand loyaal zou moeten zijn ten opzichte van zijn of haar organisatie” een voorbeeld van is. Voor de vragen over actieve deelname aan Twitter en LinkedIn wordt verwezen naar het eerste deel uit deze resultatensectie.

Op basis van de resultaten kan worden vastgesteld dat zowel de deelname aan Twitter als LinkedIn een negatieve invloed uitoefenen op continuïteitsbetrokkenheid. Deze vorm van betrokkenheid komt voort uit de side bet theorie die er vanuit gaat dat de investeringen in de organisatie verloren gaan zodra de medewerker overgaat naar een andere organisatie. Continuïteitsbetrokkenheid kan worden gezien als het bewustzijn van de kosten die gepaard gaan met het verlaten van de organisatie waar men werkzaam is (Meyer & Allen, 1991). Gezien de resultaten kan worden aangenomen dat de deelname aan virtual communities het gevoel van verlies vermindert. Een mogelijke verklaring hiervoor is terug te vinden in het onderzoek van McLure Wasko en Faraj (2000) waarin de auteurs aangeven dat de voornaamste reden voor deelname aan virtual communities de algemene reciprociteit is die aanwezig is binnen de communities. Investeringen in de community betalen zich later terug, waardoor de deelname als zeer waardevol wordt gezien. Het investeren in virtual communities is op de lange termijn dan ook aantrekkelijker dan het investeren in organisaties, omdat de virtual community blijft bestaan wanneer men de organisatie verlaat.

Deze redenering wordt ondersteund door de interviews; de respondenten geven aan dat de inspiratie die gehaald wordt uit communities teruggegeven wordt aan de community en niet aan de organisatie waar men werkzaam is. Vanuit dit perspectief is het niet verwonderlijk dat een aanvullende regressieanalyse aantoont dat de relatie tussen deelname aan virtual communities en continuïteitsbetrokkenheid gedeeltelijk wordt gemedieerd door professionele groei en ontwikkeling. Het is de vraag in hoeverre dit ertoe leidt dat virtual communities een belangrijker middel worden voor het delen van kennis en informatie dan de traditionele organisatievorm. Met andere woorden, gaan medewerkers steeds minder investeren in hun eigen organisatie?

De bestaande literatuur bood geen basis om aan te nemen dat de deelname aan virtual communities invloed uitoefent op de derde component van betrokkenheid: normatieve betrokkenheid. Dit verband is wel meegenomen in de analyse, als zijnde een explorerende onderzoeksvraag. De resultaten tonen in lijn met de verwachting geen verband aan tussen de deelname aan virtual communities en normatieve betrokkenheid in dit onderzoek. Hieruit is op te maken dat de drie componenten van betrokkenheid los staan van elkaar en, zoals Allen en Meyer (1990) beschrijven, onafhankelijk van elkaar op verschillende niveaus  kunnen worden ervaren. Er wordt dan ook niet verwacht dat verder onderzoek in deze richting andere resultaten oplevert en van toegevoegde waarde zou zijn voor de theorievorming.

Conclusie
Hypothese 2 wordt zowel voor Twitter als LinkedIn aangenomen.

Over de Auteur

Elsa van Bruggen Deze blogger is niet meer actief op RecTec


613 views | Reageer (0 reacties)

vandehaterd @ Twitter

Outdoor Recruitment

Wat voor personeel mik je op met zo'n poster op de deur?Wethouder van Verkeer & Vervoer Jeannette Baljeu doopt onderzeeboot RETOnderzeeboot RET rijdt door de straten - wereld haven dagen 1 - maximumMis de boot niet - onderzeeboot RET - maximumKapitein van deze lijn - onderzeeboot RET - wereld havendagen - maximum73764129Werving 1#or manpower ad. Crisis is over#or avans 2#or op anavs 1De ideale (bij)baanlandmacht_tram_08

Categoriën